

3 handventilatoren getest: één blaast als een straalvliegtuig
Ik stond op het punt om twee tienermeisjes te bestelen. Ter verdediging: het was warm en ik zat aan mijn limiet. Maar ze mochten hun miniventilatorjes houden; ik heb er zelf drie besteld en ze getest.
Mijn testkandidaten zijn: de favoriet van de community, Aiolos van Schönenberger, de draaibare Techsuit N15 en de opvallende Breeze van MU Classic.

De overeenkomsten
Met een lengte van bijna 18 centimeter passen alle drie de handventilatoren in je handtas. Ook hun gewicht van zo’n 200 gram is nauwelijks te merken. Ik maak ze met een polsbandje aan mijn pols vast, kies uit verschillende snelheidsstanden en laad ze op via USB-C. Bij geen van de drie ventilators zit een oplader.
De eenvoudige: Aiolos van Schönenberger
De Aiolos scoort bij mij meteen met zijn strakke design. Een matte, roze kunststof behuizing, een aan/uit-knop waarmee ik tussen drie standen kan schakelen, en een tafelstandaard. Niet meer en niet minder. Hij staat op mijn bureau, zonder echt op te vallen.
In vergelijking met de andere twee modellen heeft de Aiolos de breedste ventilatorbladen. Hun diameter van zo’n tien centimeter zorgt voor een brede luchtstroom. Als er iets in de propeller vast komt te zitten, schroef ik het beschermrooster er makkelijk af en weer vast.


Ik heb gekozen voor een afstand van 50 centimeter, omdat dit overeenkomt met een realistische gebruikssituatie op mijn bureau. Op de eerste stand meet ik met een anemometer een windsnelheid van 4,5 meter per seconde (m/s). Direct bij het apparaat is dat 8,5 m/s.
Op de derde stand is de windsnelheid op afstand 12,5 m/s en direct bij de ventilator 19 m/s. Aan mijn bureau heb ik al genoeg aan het lichte briesje op de laagste stand. De grote ventilatorbladen verspreiden de lucht zo breed dat de luchtstroom bijna mijn hele bovenlichaam bereikt.

Bovendien werkt de Aiolos aangenaam stil. Op de eerste stand merken mijn buren aan tafel er nauwelijks iets van. Op een afstand van 50 centimeter meet ik met de geluidsmeter een geluidsniveau van ongeveer 50 decibel. Op de hoogste stand stijgt het geluidsniveau naar ongeveer 68 decibel. Dat vind ik weliswaar luid, maar goed te verdragen, omdat er geen onaangename hoge frequenties bij zitten. Mijn tafelgenoten zeggen er niets over. Goed teken.
Er ontbreekt echter een batterij-indicator. Daarom kan ik alleen maar schatten hoeveel gebruiksduur ik nog heb. Een duidelijk nadeel ten opzichte van de andere modellen. Het enige indicatietje is een LED-lampje: het knippert wit als het batterijniveau laag is en brandt rood tijdens het opladen, zodra de batterij vol is. Getest is dat de accu meerdere dagen mee gaat als ik de ventilator telkens anderhalf uur op de laagste stand gebruik. Op de hoogste stand geeft hij het echter na ongeveer twee uur op.

De opvallende: Techsuit N15
De roze kunststof behuizing met zijn roségouden en zwarte details valt op door zijn glans. Het opvallende ontwerp is niet helemaal mijn smaak. Net als bij de Aiolos kan ik de ventilator met een voetstuk op mijn bureau zetten.

Bij de levering zit ook een verstelbare band. Daarmee kan ik de ventilator om mijn nek dragen. Dat is best wel handig. De vraag is alleen of ik mezelf deze stijlfout wil aandoen.

Ook bij de Techsuit kan ik het beschermrooster eraf schroeven. De ventilatorbladen hebben een diameter van zeven centimeter. Daardoor produceren ze een smallere, maar intensere luchtstroom dan de Aiolos.

Op de laagste stand meet ik op enige afstand een windsnelheid van 5,5 m/s en direct bij de ventilator 16 m/s. Op stand vijf, de hoogste, haalt het apparaat 8 m/s op afstand van de tafel en direct bij het apparaat 22,5 m/s. Een klein schermpje onder de ventilatorbladen laat me de gekozen stand en het batterijniveau zien. Direct daaronder zit de aan- en uitknop, waarmee ik ook tussen de standen kan schakelen.
Deze knop steekt echter ver uit de behuizing. Tijdens het testen ging de ventilator daardoor meerdere keren aan in mijn tas. Hij koelt weliswaar mijn portemonnee, zakdoekjes en notitieboekjes in mijn tas, maar daarbij raakt de accu leeg.

Handig is daarentegen de draaibare ventilatorkop. Ik kan hem in verschillende hoeken richten. Zo kun je het apparaat onderweg ook zonder voet op de grond zetten.


Net als de Aiolos werkt ook de Techsuit N15 op het laagste niveau stil. Met iets minder dan 56 decibel produceert hij een achtergrondgeluid. In een directe vergelijking hoor ik echter een licht, hoog zoemend geluid. Op niveau vijf stijgt het geluidsniveau naar 66 decibel. Aanzienlijk luider, maar te verdragen. Tijdens deze test op stand vijf snauwt een tafelgenoot maar één keer „ «“ – zolang het geluid eentonig is, kan ik er wel mee leven». Acceptabele feedback.
Volgens de fabrikant zou de accu tot dertien uur mee moeten gaan. Maar in de praktijk duurt het niet helemaal zo lang. Na vier uur op de eerste stand geeft het display aan dat de batterij nog voor 60 procent vol is. Na tien uur is de batterij bij mij leeg.

De straalventilator: MU Classic Breeze
Het derde model ziet er al meteen heel anders uit dan de andere twee. Het ontwerp doet me denken aan de Dyson-haardroger. Er zit geen voet bij. De Breeze kan weliswaar op tafel staan, maar valt makkelijker om dan zijn concurrenten. Bovendien heeft hij een vlakke ondergrond nodig.

Als er haren in de propeller verstrikt raken, moet ik ze moeizaam eruit vissen. De behuizing kan niet open. Daar staat tegenover dat de Breeze een snufje heeft dat geen enkel ander testmodel biedt: Als ik de sneeuwvlokfunctie activeer, koelt het metalen oppervlak af dankzij een «geïntegreerd koelkompres». Waarschijnlijk maakt de ventilator voor de koeling gebruik van het Peltier-effect. Ik kan daar geen exacte informatie over vinden, maar de gebruikte materialen wijzen erop.

Het display laat me het huidige vermogensniveau zien. In plaats van een paar vaste niveaus biedt de Breeze een schaal van één tot honderd. Op stand één meet ik op enige afstand een windsnelheid van 7,6 m/s. Direct bij het apparaat is dat 23,3 m/s. Maar het kan nog sneller. Op de hoogste stand haalt de ventilator 16,2 m/s op het bureau. Vlak bij het apparaat is dat maar liefst 50 m/s. Op de schaal van Beaufort komt dat neer op een storm. De ventilatorbladen hebben een diameter van slechts ongeveer vijf centimeter. Daardoor ontstaat er geen brede luchtstroom, maar een smal, geconcentreerd windkanaal.
Op de hoogste stand gaat de Breeze helemaal los. Dat voel ik niet alleen, ik hoor het ook. Terwijl de andere ventilatoren stil werken, meet ik bij de Breeze al op de laagste stand een geluidsniveau van 62,5 decibel. Op de hoogste stand zelfs 72,2 decibel. Daarmee is hij een echte lawaaimaker. Mijn tafelgenoten zijn het daar helemaal mee eens. Als ik hem direct van de laagste naar de hoogste stand zet, klinkt hij als een vliegtuigturbine vlak voor het opstijgen. Voor op kantoor is dat niet geschikt. Ik voel voor het eerst geïrriteerde en geërgerde blikken in mijn nek.
Op de laagste stand gaat de accu ongeveer acht uur mee.
Conclusie: ik heb een duidelijke favoriet
De MU Classic Breeze is voor mij geen optie. Hij produceert weliswaar een krachtige luchtstroom, maar heeft geen voet, maakt veel lawaai en is van de drie modellen het duurst.
De Aiolos wint de race. Zijn ontwerp vind ik het mooist. Nog belangrijker voor mij zijn de stille werking en de brede luchtstroom.
De Techsuit N15 is weliswaar flexibeler en in sommige situaties praktischer, maar omdat hij zich in mijn tas meerdere keren vanzelf heeft ingeschakeld en daarbij de batterij leeg heeft gemaakt, verliest hij belangrijke punten.

Wil je nog meer? Geen probleem, mijn collega’s van de redactie, Martin Jungfer en Kevin Hofer, laten je in hun artikelen nog meer ventilatoren zien. Eén daarvan kun je zelfs zelf printen.
De muren verven vlak voordat je de flat overdraagt? Zelf kimchi maken? Een kapotte gourmetoven solderen? Kan niet - kan niet. Nou ja, soms wel. Maar ik ga het zeker proberen.
Praktische oplossingen voor alledaagse vragen over technologie, huishoudelijke trucjes en nog veel meer.
Alles tonen




