
Nieuws en trends
Kloof in kinderbescherming: Stiftung Warentest uit scherpe kritiek op Apple
van Martin Jungfer

Lezen is goed - behalve als het voor een scherm in het bijzijn van kinderen gebeurt. Ik gebruik mijn abo's vaak met een slecht geweten. Ik zou hun inhoud veel meer tot thema moeten maken.
Het is een wederzijds spelletje verstoppertje. Als mijn zoon verdwaalt tijdens het scrollen op zoek naar een nieuw hoorspel, hoef ik maar één keer te kijken en zijn «hoortoestel» verdwijnt in een oogwenk onder het dichtstbijzijnde kussen. Gevangen. Weg met het kwaadaardige scherm. Ik rol op dezelfde manier met mijn ogen als mijn dochter de zoveelste spraakboodschap in haar smartphone inspreekt op anderhalf keer de normale snelheid. Want natuurlijk wil ik niet dat mijn kinderen langer dan nodig aan een scherm vastzitten. Ga naar buiten, doe iets, lees een boek - maar leg het apparaat alsjeblieft weg.
Aan de andere kant heb ik zelf verbazingwekkende vaardigheden ontwikkeld: Zodra ik beweging in de kamer registreer, glipt mijn smartphone uit mijn hand en belandt op de bank. Gewoon niet betrapt worden. Want ik wil natuurlijk niet dat mijn kinderen me te vaak aan het scherm gekluisterd zien.
In het onderzoek Ouders in de digitale wereld zegt nog niet de helft van de ondervraagden dat ze zichzelf een goed rolmodel vinden. Dat begrijp ik. Zelfverzekerd met dit thema omgaan is niet gemakkelijk. Zelfs als iedereen zich aan verstandige regels houdt en het scherm tijdens de les aan de kant legt, is er nog steeds een probleem. Een docent beschreef het als volgt op een ouderavond: Ik kan alleen de achterkant van het scherm zien.
Van buitenaf maakt het geen verschil of ik Candy Crush speel of Shakespeare lees, doomscroll of de «Tages-Anzeiger» bestudeer. Een scherm is een scherm. Daarom scrolt mijn schuldige geweten altijd mee, zelfs als ik alleen maar de wereldgebeurtenissen op het scherm aan het bijpraten ben. Alles ziet er even stom uit voor de ander. Dat was in de analoge wereld wel anders.
De opengeslagen krant aan de ontbijttafel gaf ook aan: «Praat nu niet tegen me.» Maar om respectabele redenen. Er was niets negatiefs aan de zin «Papa leest de krant». Er viel niets aan toe te voegen, niets uit te leggen. Achter de koppen op de voorpagina kon de vader van vroeger in alle rust het sportkatern en de cartoons bestuderen. Dit leidde nooit tot een discussie over de vraag of er meer speeltijd voor de kinderen tegenover stond.
Het internet is dé plek voor het laatste nieuws in 2026. Informatie online halen is logisch en het juiste om te doen. Maar terwijl een hoofd achter de NZZ of Tagi een statement is, kan een hoofd achter het scherm van alles betekenen. De zelfvoldane vraag van mijn kinderen is dan ook terecht: «Wat ben je aan het doen, pap?» als ik in gedachten verzonken naar mijn smartphone staar. En mijn antwoord is navenant verontwaardigd: «Ik lees de krant!»
Soms verbaas ik mezelf over hoe betrapt ik me voel op dit soort momenten - zelfs als ik het hoofdartikel in de New York Times bestudeer. En hoe voorbeeldig het is als ik door een echt tijdschrift blader in het bijzijn van de kinderen. Alsof ze daarom over tien jaar nog abboneren op printproducten. Soms blader ik zelfs stiekem achter een tijdschrift of boek waarvan ik weet dat ik er pas 's avonds tijd voor zal vinden.

Terwijl de omslag van een boek of de titel van een tijdschrift voor zich spreekt, is in de digitale wereld alleen het eindproduct zichtbaar. Kinderen leren dit al op jonge leeftijd categoriseren.
Een groot scherm met een groot toetsenbord staat buiten kijf. Want zo ziet werk eruit. Volwassenen zitten ervoor, knijpen hun ogen dicht en zetten hun chagrijnige werkdaggezicht op in het bleke licht van het scherm. Zo vreugdeloos dat alles aan tafel en met toetsen mag. De eerste indruk is dat tenminste de belastingaangifte op het programma staat. Ik zou met deze opstelling waarschijnlijk de «Lord of the Rings» trilogie kunnen kijken of het familiefortuin vergokken in het online casino zonder gestoord te worden.
Zelfs de iPad heeft nog een serieuze touch zolang er een toetsenbord in het dock zit. Ik kan nog steeds in de serieuze hoek zitten, ook al zit ik gewoon aan de eettafel door kleurrijke krantenkoppen te scrollen. Iedereen die voor een scherm zit in het bijzijn van kinderen denkt graag na over dit externe effect. Zodra er geen toetsenbord is, word ik er op zijn minst van verdacht met mijn telefoon te spelen. Misschien wil iedereen daarom wel weer mobiele telefoons met een toetsenbord, het effect is gewoon anders. Typen ziet er serieus uit. Swipen niet.
Al dit is deels een act, meer schijn dan werkelijkheid. Ik denk dat we te veel praten over schermtijd in het algemeen. En te weinig over wat er in die tijd wordt gedaan.
Wat we online doen, niet doen en lezen spreekt niet voor zich. We moeten het onder de aandacht brengen, delen en becommentariëren, zelfs offline. Natuurlijk wil ik dat mijn kinderen boeken lezen. Of af en toe een van de tijdschriften pakken die op de salontafel liggen opgestapeld. Het is waarschijnlijker dat we over een paar jaar tegenover elkaar zitten met schermen in onze handen. Of in ieder geval met de kennis die we daarbij hebben opgedaan.
Volgens de Kids Online Study 2025 praat nog niet de helft van de Zwitserse ouders regelmatig met hun elf- tot zestienjarige kinderen over welke bronnen betrouwbaar zijn. Ik wil deze fout niet maken. Ik moet van mijn schuldige geweten af, zodat we in de toekomst niet in verschillende werelden leven. Meer praten over wat ik online lees. Waarom ik het lees. En waarom het belangrijk is waar informatie vandaan komt. Veel belangrijker dan de vraag of het op papier of op een scherm wordt overgebracht.
Eenvoudige schrijver, vader van twee kinderen. Is graag in beweging, beweegt zich door het dagelijkse gezinsleven, jongleert met verschillende ballen en laat af en toe iets vallen. Een bal. Of een opmerking. Of allebei.
Interessante feiten uit de wereld van producten, een kijkje achter de schermen van fabrikanten en portretten van interessante mensen.
Alles tonen