Uw gegevens. Uw keuze.

Als je alleen het noodzakelijke kiest, verzamelen we met cookies en vergelijkbare technologieën informatie over je apparaat en je gebruik van onze website. Deze hebben we nodig om je bijvoorbeeld een veilige login en basisfuncties zoals het winkelwagentje te kunnen bieden.

Als je overal mee instemt, kunnen we deze gegevens daarnaast gebruiken om je gepersonaliseerde aanbiedingen te tonen, onze website te verbeteren en gerichte advertenties te laten zien op onze eigen en andere websites of apps. Bepaalde gegevens kunnen hiervoor ook worden gedeeld met derden en advertentiepartners.

Luca Fontana
Producttest

Samsung R95H getest: Zo goed is Micro RGB echt

Luca Fontana
9/9/2026
Vertaling: machinaal vertaald
Foto's: Luca Fontana

Samsung daagt OLED uit met zijn nieuwe micro-rgb-technologie. De meetwaarden van de R95H zijn spectaculair. Maar juist in een directe beeldvergelijking blijkt: technische superioriteit betekent nog lang niet het beste beeld.

Full Disclosure: De televisie, de 65-inch versie van de Micro RGB R95H, werd mij door Samsung ter beschikking gesteld om te testen. Samsung heeft echter geen invloed op het testresultaat, mijn beoordeling en de testprocedure.

Het duurde niet lang.

Nauwelijks had Sony met de Bravia 9 Mark II laten zien wat True RGB kan, of Samsung staat al voor de deur. Met hetzelfde basisidee – en een andere naam. Ook bij de R95H branden achter het lcd-paneel niet langer alleen blauwe leds, waarvan het licht moeizaam in kleuren moet worden gesplitst. In plaats daarvan genereren kleine rode, groene en blauwe leds kleuren direct in de backlight. Dat bespaart omwegen en dus licht, waardoor de kleuren zuiverder en krachtiger worden.

Samsung noemt dit Micro RGB. Niet omdat het principe fundamenteel anders zou zijn dan bij Sony's True RGB. Maar omdat Samsung beweert dat zijn rode, groene en blauwe leds bijzonder klein zijn: slechts 100 micrometer. Theoretisch zou dat meer dimzones en betere contrasten kunnen betekenen. Op de IFA 2025 was de boodschap van Samsung dan ook weinig subtiel: onze leds zijn kleiner. Dus zijn ze beter.

Waarom al die moeite? Omdat lcd's al jaren met hetzelfde dilemma kampen. Ze kunnen verdomd helder worden, maar hebben daarvoor een backlight nodig die niet pixelprecies kan worden aangestuurd. OLED's daarentegen controleren hun licht pixelprecies en leveren daarom perfect zwart en fantastische contrastwaarden. Bij grote, heldere beeldoppervlakken moeten ze echter aanzienlijk eerder op de rem trappen om het stroomverbruik, de hitte en de veroudering van het paneel in toom te houden.

Sony's True RGB en Samsung's Micro RGB moeten deze oude rolverdeling op zijn minst gedeeltelijk doorbreken. De gescheiden rode, groene en blauwe leds beloven niet alleen een enorme helderheid, maar ook zuiverdere kleuren en een groter kleurengamma. Sony heeft met de Bravia 9 Mark II al indrukwekkend laten zien dat dit werkt.

Samsung wil nu blijkbaar weten hoe ver dit principe kan worden gepusht. Laten we het samen uitzoeken.

Design: Waar is de box?

Wat het design betreft blijft Samsung trouw aan zijn lijn. Dunne zwarte rand, strakke achterkant, centrale voet – klaar. Vooral van voren oogt de R95H daardoor aangenaam onopvallend. De brede metalen voet staat bovendien als een huis en heeft minder ruimte nodig dan twee ver uit elkaar staande pootjes.

De brede voet houdt de R95H veilig op het tv-meubel.
De brede voet houdt de R95H veilig op het tv-meubel.

Er is toch een kleine teleurstelling: de One-Connect-Box ontbreekt. Bij de vlaggenschepen van Samsung hoorde die voor mij bijna bij de standaarduitrusting. In plaats van alle apparaten direct op de televisie aan te sluiten, verdwijnen hdmi-, usb- en antennekabels in een aparte box. Naar het paneel loopt dan nog maar één kabel voor stroom en signalen. Praktisch, elegant en vooral bij wandmontage behoorlijk geniaal.

Bij de R95H is deze alleen nog optioneel te koop (en niet bepaald goedkoop). Ik zal het natuurlijk overleven. Toch vind ik het jammer: juist bij een vlaggenschip in deze prijsklasse was de One-Connect-Box een klein uniek verkoopargument van Samsung dat ik graag in de leveringsomvang had gezien.

Over de specificaties. Samsung's R95H biedt het volgende:

  • 4x HDMI 2.1-aansluitingen, waarvan één met eARC
  • 2x USB-A-poort
  • 1x uitgang voor Toslink
  • 1x LAN-poort
  • 1x CI+-slot
  • Antenne-aansluitingen (DVB-T2, DVB-C, DVB-S2)
  • Bluetooth 5.3
  • WLAN (Wi-Fi 6E)
  • Google Cast
  • Apple AirPlay

Alle vier de hdmi-ingangen ondersteunen 4K met maximaal 165 Hertz, daarnaast zijn er VRR en ALLM voor gaming. Bij HDR ondersteunt Samsung nog steeds HLG, HDR10 en HDR10+. Dolby Vision ontbreekt nog steeds. Dolby Atmos is daarentegen wel aan boord en kan via eARC ook worden doorgegeven aan een extern geluidssysteem.

Metingen: brute prestaties

Wat nu volgt, gaat diep in op de materie. Ik meet met professioneel gereedschap van Portrait Display om de beeldkwaliteit objectief in te schalen. Als details en diagrammen je niet interesseren, kun je naar het hoofdstuk «Het beeld: minder dominant dan de meetwaarden» scrollen.

Over de metingen. Ik heb alle beeldmodi van de televisie doorgemeten zonder kalibratie – precies zoals het apparaat uit de doos komt. Aan de instellingen heb ik alleen de energiebesparende functies uitgeschakeld, zoals de automatische aanpassing van de helderheid aan het omgevingslicht. Verder geldt: out of the box.

De beste meetwaarden worden geleverd door de Filmmaker Mode. En wel met een aanzienlijke voorsprong. Dat verrast me niet: al bij de eerdere topmodellen van Samsung was dit mijn eerste keuze, omdat deze kleuren, helderheid en beeldverwerking het dichtst bij de referentiewaarden weergeeft. Bij het gamen moet je daarentegen vanwege de input-lag nog steeds de Game-modus gebruiken.

En daarmee naar de cijfers.

De maximale helderheid

Bij kleine beelduitsneden ontlopen Samsung's R95H en LG's OLED G5 van vorig jaar elkaar verbazingwekkend weinig. De ene keer ligt de een voor, de andere keer de ander. Dat alleen al is opmerkelijk: dat een OLED bij kleine HDR-spitslichten (2300 vs. 2043 nits!) kan meekomen met zo'n krachtige lcd, was enkele jaren geleden nauwelijks voorstelbaar geweest.

Spannend wordt het zodra grotere delen van het beeld helder worden. Dan moet de OLED steeds meer op de rem trappen, terwijl de twee RGB-lcd's hun helderheid aanzienlijk beter vasthouden. De R95H komt bij een beelduitsnede die 10 procent van het totale beeldoppervlak beslaat, zelfs op een brute 2490 nits en valt daarna ook minder sterk terug dan Sony's Bravia 9 Mark II. Pas vanaf een beelduitsnede van 50 procent gaat Sony voorbij.

Wat betekent dit bij het tv-kijken? Een enkele schijnwerper, een explosie of de zon aan de horizon kan op de G5 net zo spectaculair ogen. Bij een enorm sneeuwlandschap, een heldere lucht of een voetbalwedstrijd in de middag speelt Samsung's R95H daarentegen zijn voordeel uit: hij kan niet alleen heel helder zijn. Hij kan heel veel beeld tegelijkertijd heel helder weergeven.

Witbalans, kleuren en grijstinten

Bij zoveel helderheid stelt zich de volgende vraag: blijven de kleuren daarbij ook zuiver? Laten we beginnen met de witbalans.

Wit ontstaat op een scherm wanneer rood, groen en blauw tegelijkertijd en in de exact juiste verhouding branden. Klopt deze verhouding niet, dan sluipt er een kleurzweem in – het wit wordt te koel, te warm of te groenachtig. Bij de R95H blijft de RGB-balans over een groot bereik aangenaam stabiel. Pas bij zeer heldere beelddelen raakt rood iets meer uit de pas. Met iets meer dan slechts 1,5 procent afwijking is dat echter klagen op een zeer hoog niveau.

De Y-as toont de afwijking van de streefwaarde in procenten. Een afwijking van maximaal vijf procent boven of onder de beoogde 100 procent valt binnen het toegestane kader. De X-as toont de schermhelderheid in procenten.
De Y-as toont de afwijking van de streefwaarde in procenten. Een afwijking van maximaal vijf procent boven of onder de beoogde 100 procent valt binnen het toegestane kader. De X-as toont de schermhelderheid in procenten.

Als volgende de dekking van het kleurengamma. Daar meet ik:

  • Rec. 709: 100 % (goed = 100 %) – het standaard kleurengamma voor SDR-content zoals live-tv, dvd's en blu-rays.
  • DCI-P3: 99,98 % (goed = >90 %) – het standaard kleurengamma voor HDR-content, bijvoorbeeld in HDR10 of Dolby Vision.
  • BT.2020: 92,9 % (goed = >90 %) – het kleurengamma van de toekomst. Huidige content gebruikt dit nauwelijks tot nooit.
Links: de DCI-P3-dekking van de R95H. Rechts: de BT.2020-dekking.
Links: de DCI-P3-dekking van de R95H. Rechts: de BT.2020-dekking.

Precies hier laat Micro RGB zien waarom al die moeite met rode, groene en blauwe leds in de backlight überhaupt wordt gedaan. 92,9 procent BT.2020 is gigantisch. Sony's Bravia 9 Mark II kwam op 88,61 procent. Samsung bereikt daarmee een kleurengamma dat ver uitgaat boven wat huidige films überhaupt benutten.

Blijft de kleurechtheid, oftewel de vraag hoe accuraat de televisie individuele kleuren raakt. Hier wordt het iets minder spectaculair: in de Filmmaker Mode meet ik een gemiddelde DeltaE-waarde van 3,05. Dat is goed en voor de meeste mensen nauwelijks als afwijking herkenbaar – maar niet referentiewaardig zoals de 1,9 van de Bravia 9 Mark II of de 2,29 van de LG G5.

Ter vergelijking: een DeltaE van onder de 3 is alleen zichtbaar voor experts en geldt daarom al als uitstekend. Door kalibratie probeert men de waarde zelfs onder de 2 te krijgen.

Reflecties

Ook bij de R95H zet Samsung in op zijn matte anti-reflectielaag – en daar ben ik elke keer weer blij om. Invallend licht wordt niet zoals bij een glanzend oppervlak gespiegeld, maar breed over het beeldoppervlak verstrooid. Ramen, lampen en andere lichtbronnen verdwijnen daardoor weliswaar niet, maar storen aanzienlijk minder. Juist overdag is dat goud waard.

Andere televisies doen dat bijvoorbeeld anders. Hun glanzende oppervlakken leveren in een gecontroleerde omgeving weliswaar een heerlijk scherp beeld, maar veranderen bij ongunstige lichtinval snel in een behoorlijk dure spiegel. De R95H blijft daarentegen zelfs bij donkere scènes verbazingwekkend goed leesbaar.

Natuurlijk heeft ook Samsung's oplossing zijn prijs: in zeer lichte kamers kan zwart iets matter ogen. Maar deze ruil ga ik nog steeds graag aan. Wat heb ik aan het diepste zwart ter wereld als ik daarin vooral mezelf zie?

Het beeld: minder dominant dan de meetwaarden

De metingen zijn indrukwekkend. Maar wat heb je aan 2500 nits piekhelderheid en een gigantisch kleurengamma als het beeld in de woonkamer niet overtuigt? Tijd voor de praktijktest.

Daarvoor neemt de R95H het op tegen drie bewust gekozen concurrenten. Sony's Bravia 9 Mark II is zijn directe rivaal: eveneens een RGB-mini-led-televisie, alleen noemt Sony zijn technologie True RGB in plaats van Micro RGB. LG's G5 was mijn favoriete tv van het afgelopen jaar en laat zien wat klassieke OLED inmiddels kan presteren. En met de S95F zet ik tegenover de R95H ook Samsung's eigen concurrerende technologie: QD-OLED.

Wil je de uitgebreide individuele tests van de andere modellen nalezen, dan vind je ze hier:

Kleurweergave

Hoe presteert Samsung's Micro RGB op het gebied van kleurweergave? Ik heb de R95H aan de tand gevoeld met scènes uit «Guardians of the Galaxy Vol. 2», «Avatar: The Way of Water» en «James Bond: Skyfall» – stuk voor stuk visuele zwaargewichten met krachtige kleuren, fijne lichtstemmingen en veeleisende huidtinten.

Bron: UHD-Blu-ray, «Guardians of the Galaxy Vol. 2» – Disney+, «Avatar: The Way of Water» – Apple TV+, «James Bond: Skyfall»

Tegenover Sony's Bravia 9 Mark II valt eerst op hoe erg de twee RGB-lcd's op elkaar lijken. Samsung stemt zijn beeld iets warmer en zachter af, Sony koeler en contrastrijker. De huid van Drax, de Na'vi-gezichten of het gezicht van Bond ogen op beide natuurlijk. Van de enorme 92,9 procent BT.2020 die ik bij de R95H heb gemeten, moet je dus geen knallende kleurexplosie verwachten. Het grote kleurengamma betekent alleen dat Samsung deze kleuren kan weergeven als het bronmateriaal erom vraagt.

Opvallender wordt het verschil met de OLED's. LG's G5 en vooral Samsung's eigen S95F scheiden kleuren krachtiger van elkaar en geven ze daardoor meer punch. Het groen van Pandora oogt voller, warme oranje- en roodtinten lichten intenser op, huid krijgt meer plasticiteit. De R95H blijft terughoudender. Interessant, toch? Uitgerekend de televisie met het grootste gemeten kleurengamma levert niet automatisch het meest kleurrijke beeld.

Al met al: objectief gezien legt Sony's Bravia 9 Mark II voor mij nog steeds de lat. Hij is natuurlijk, precies en gebalanceerd. Subjectief bevallen de twee OLED's me desondanks beter. Hun krachtigere kleuren maken het beeld simpelweg levendiger – ook al zijn ze daarbij misschien niet altijd even accuraat.

Zwartwaarde en helderheidsgradatie

Hoe presteren de vier televisies bij bijzonder donkere of extreem heldere filmscènes? Ik heb ze getest met «Blade Runner 2049» en «Jurassic World: Fallen Kingdom» – beide films die schaduwen, spitslichten en contrastverlopen tot het uiterste drijven.

Bron: UHD-Blu-Ray, «Blade Runner 2049» / «Jurassic World»

Bij donkere scènes verrast de R95H me het meest. In de keuken van Sapper Morton uit «Blade Runner 2049» werkt hij verbazingwekkend veel details uit het donker naar voren, zonder zwart simpelweg grijs te laten lijken. Keukenblok, fornuis en vloer blijven goed herkenbaar, zelfs in de diepste schaduwen. Sony's Bravia 9 Mark II doet dat vergelijkbaar goed. LG's G5 speelt daarentegen zijn OLED-kracht uit: het zwart oogt nog voller en contrastrijker, zonder dat daarbij opvallend veel tekening verloren gaat. Dat de R95H met zijn achtergrondverlichting zo dicht bij de OLED komt, is een enorm compliment.

Alleen Samsung's S95F valt verrassend terug. Hij laat grote delen van de keuken letterlijk in het zwart verdrinken. Dat zorgt weliswaar voor krachtig contrast, maar slokt zichtbaar details op. De R95H bewandelt de omgekeerde weg: hij geeft donkere en middelste beelddelen iets helderder weer en haalt daardoor meer tekening uit de schaduwen. In de praktijk doet hij dat echter zo behendig dat zwart voor mij desondanks vol en contrastrijk blijft.

Bij heldere scènes toont zich daarentegen een kleine verrassing. In «Jurassic World: Fallen Kingdom» straalt de ondergaande zon op de R95H geenszins alles neer. G5, S95F en Bravia 9 Mark II zetten dergelijke kleine spitslichten minstens even indrukwekkend in scène. Ook dat komt overeen met mijn metingen: bij zeer kleine heldere vlakken ligt de R95H met ongeveer 2050 nits zelfs achter de G5 met ongeveer 2300 nits. Hun spierballen tonen de RGB-leds pas als grotere delen van het beeld helder worden. Dan kan de Samsung zijn enorme helderheid aanzienlijk langer vasthouden dan de OLED's.

Local Dimming en Blooming

Al jaren maak ik het televisies in mijn local-dimming-test allesbehalve gemakkelijk. De vergelijking reikt deze keer van LG's 8K-televisie uit 2020 tot de R95H – en vertelt daarbij het verhaal van een technologie die in zes jaar tijd enorme vooruitgang heeft geboekt.

Bron: UHD-Blu-Ray, «Westworld», seizoen 2, aflevering 2. Timestamp: 00:11:50.

Bij de LG was blooming – oftewel die typische lichtkransen die ontstaan wanneer heldere objecten op een donkere achtergrond branden – namelijk bijna onverdraaglijk. Samsung's QN95D reduceerde blooming zichtbaar, de QN900D elimineerde het zelfs bijna volledig. De R95H doet er ondanks een praktisch identiek aantal dimzones echter nog een schepje bovenop: zwart blijft donkerder, heldere objecten stralen minder uit naar hun omgeving. Het aantal dimzones alleen zegt dus lang niet alles.

Helemaal aan Sony's Bravia 9 Mark II komt de R95H desondanks niet. Diens ongeveer 1530 dimzones laten heldere objecten bijna als bij een OLED uit het diepste zwart oplichten – van blooming zie ik praktisch niets meer. Sony dimt donkere gebieden echter agressiever, terwijl Samsung iets meer tekening behoudt. De R95H verliest de directe vergelijking dus nipt, maar laat indrukwekkend zien hoe ver lcd inmiddels is gekomen.

De processor: onberispelijk. Bijna.

De processor is het brein van de televisie. Zijn hoofdtaak bestaat eruit beeldsignalen te ontvangen, te verwerken en weer te geven. Daarbij herkent hij slechte beeldkwaliteit en waardeert deze op door ruis te verwijderen, kleuren te versterken, randen glad te strijken, bewegingen vloeiender te maken en ontbrekende pixelinformatie aan te vullen.

Motion Processing en Judder

Voor de judder-test komt weer «1917» van Sam Mendes aan bod. Met zijn lange, gelijkmatige camerabewegingen de perfecte stresstest voor elke processor. Let op de verticale houten balken in de schuur: lopen ze netjes door het beeld – of schokt het?

Bron: UHD-Blu-Ray, «1917». Timestamp: 00:42:25.

Hier slaat de R95H een goed figuur. De houten balken glijden zichtbaar rustiger door het beeld dan bij de Bravia 9 Mark II, waarvan de Professional-modus bewegingen bewust terughoudend gladstrijkt. Helemaal aan LG's G5 komt Samsung echter niet. Die blijft in deze discipline mijn favoriet: boterzacht, zonder direct het gevreesde soap-effect op te roepen.

De R95H belandt daarmee vrij precies daartussenin. Iets meer judder dan bij de G5 neem ik nog waar, maar storend wordt het voor mij nooit. En eerlijk gezegd bevalt Samsung's aanpak me beter dan Sony's puristische terughoudendheid. Film mag eruitzien als film – maar hij hoeft daarom niet te schokken als een duimkino.

Upscaling

Nu naar een van de meest veeleisende tests: hoe goed kan de processor inferieure bronnen verbeteren – zoals oudere blu-rays, live-tv of series zoals «The Walking Dead»? Deze werd bewust op 16mm-film gedraaid om met filmgrain en beeldruis een beschadigde, post-apocalyptische sfeer te creëren.

Bron: Netflix, «The Walking Dead», seizoen 7, aflevering 1. Timestamp: 00:02:30.

De R95H maakt daarvan een verbazingwekkend schoon beeld. De baard van Negan, huidporiën en fijne rimpels blijven duidelijk herkenbaar, zonder dat Samsung de filmgrain simpelweg gladstrijkt. Tegenover de S95F oogt het resultaat zelfs iets rustiger en natuurlijker. De OLED werkt individuele contouren agressiever naar voren, terwijl de R95H fijne structuren iets zachter tekent.

Nog beter doen Sony's Bravia 9 Mark II en LG's G5 het. Vooral Sony haalt uit het gezicht van Negan het laatste restje textuur, zonder kunstmatig na te verscherpen. De G5 ligt vergelijkbaar dichtbij. De verschillen? Minimaal. Als ze al zichtbaar zijn, dan zonder directe vergelijking.

Onder de streep behoort de R95H bij upscaling tot de absolute topgroep, maar zet geen nieuwe lat. Die blijft voor mij bij Sony en LG.

Gaming: Input Lag en Game Mode

Over het onderwerp input-lag, oftewel de vertraging tussen controller-invoer en reactie op het scherm: met het meetapparaat van Leo Bodnar kom ik bij de R95H op 19,8 milliseconden – gemeten bij UHD-resolutie, 60 beelden per seconde en geactiveerde HDR. Dat is weliswaar een goede waarde, maar aanzienlijk boven die van LG's G5 (9,7 milliseconden). Gelukkig wordt de vaak geciteerde grens van 20 milliseconden niet overschreden, waarboven je vertragingen echt voelt.

  • 4x HDMI-aansluitingen (4K tot 165 Hz)
  • Auto Low Latency Mode (ALLM)
  • Variabele beeldsnelheden (HDMI Forum VRR, FreeSync Premium Pro)

Daarnaast is Samsung, net als Sony, LG, Philips, TCL en Panasonic, een partnerschap aangegaan met grote gamestudio's. Het resultaat is de HGiG – de HDR Gaming Interest Group. Volgens de fabrikant moet daarmee worden gegarandeerd dat HDR zo wordt weergegeven als de gameontwikkelaars hebben bedoeld, bijvoorbeeld bij het spelen van «Spider-Man 2» op mijn PlayStation 5 Pro.

Bron: PS5 Pro, «Spider-Man 2», 120Hz-modus, HDR, VRR en Ray Tracing geactiveerd.

Spider-Man slingert met 120 frames per seconde door New York, en de R95H maakt daarvan een klein vuurwerk. De blauwe lucht knalt, rode waarschuwingsstralen lichten bijna uit het scherm en zelfs bij razendsnelle slingerbewegingen blijft het beeld schoon en reactiesnel. Juist hier speelt Micro RGB zijn enorme helderheid en kleurkracht volledig uit. De input-lag? Die merk ik simpelweg niet. Wie competitief speelt en vecht om elke milliseconde, vindt weliswaar snellere televisies. Voor alle anderen is de R95H een verdomd sterke gaming-machine.

Conclusie

Meetmonster zonder kroon

Samsung laat met de R95H op indrukwekkende wijze zien wat Micro RGB kan. Bijna 2500 nits piekhelderheid, 92,9 procent BT.2020 en een helderheid waar OLED's bij grote beeldoppervlakken alleen maar van kunnen dromen: op de beursstand is deze televisie een monster. In de praktijk levert dit echter verrassend zelden het beste beeld op. Sony's Bravia 9 Mark II werkt nauwkeuriger en dimt nog beter, LG's G5 bevalt me beter wat betreft kleuren en bewegingen. Zelfs bij upscaling zet Samsung geen nieuwe standaard. Daar staat tegenover dat de R95H qua zwartwaarden verbazingwekkend dicht in de buurt komt van OLED's en bij helderheid over grote oppervlakken in een eigen klasse speelt. Precies dat maakt hem spannend: Micro RGB is geen OLED-killer. Maar het rekent af met verrassend veel oude LCD-zwaktes. De R95H is misschien niet de beste televisie die ik heb getest, maar wel een van de technisch meest fascinerende.

Pro

  • Enorme helderheid, bijzonder op grote schaal
  • Enorm kleurbereik
  • Uitstekende local dimming met nauwelijks blooming
  • Zeer sterk gaming-pakket met 4K/165 Hz

Contra

  • Beeldkwaliteit ondanks droomwaarden niet van de allerhoogste referentieklasse
  • Dolby Vision en One-Connect-Box ontbreken
Omslagfoto: Luca Fontana

3 mensen vinden dit artikel leuk


User Avatar
User Avatar

Ik schrijf over technologie alsof het cinema is – en over films alsof ze echt zijn. Tussen bits en blockbusters zoek ik naar de verhalen die gevoelens oproepen, niet alleen klikken. En ja – soms luister ik naar filmmuziek harder dan goed voor me is.


Producttest

Onze experts testen producten en hun toepassingen. Onafhankelijk en neutraal.

Alles tonen

Deze artikelen kunnen je ook interesseren

Toon alle

Deze artikelen kunnen je ook interesseren

Opmerkingen

Avatar