Uw gegevens. Uw keuze.

Als je alleen het noodzakelijke kiest, verzamelen we met cookies en vergelijkbare technologieën informatie over je apparaat en je gebruik van onze website. Deze hebben we nodig om je bijvoorbeeld een veilige login en basisfuncties zoals het winkelwagentje te kunnen bieden.

Als je overal mee instemt, kunnen we deze gegevens daarnaast gebruiken om je gepersonaliseerde aanbiedingen te tonen, onze website te verbeteren en gerichte advertenties te laten zien op onze eigen en andere websites of apps. Bepaalde gegevens kunnen hiervoor ook worden gedeeld met derden en advertentiepartners.

Achtergrond

Hoe goed is schaaksoftware uit 1982?

David Lee
28/7/2026
Vertaling: machinaal vertaald

Ik wilde weten hoe ik het zou doen tegen een oeroud schaakprogramma. Daarbij beleefde ik een aantal merkwaardige verrassingen.

Tegenwoordig is het zinloos om een schaakcomputer te willen verslaan. Geen mens komt ook maar in de buurt van de kracht van "Stockfish" en andere moderne schaak-engines.

Dat was niet altijd zo. Toen in 1997 de schaakcomputer Deep Blue van IBM de regerend wereldkampioen Garry Kasparov onder toernooicondities versloeg, was dat een sensatie. De speelsterkte van schaakcomputers groeide met de beschikbare rekenkracht.

Schaakprogramma's die ook hobbyspelers kunnen verslaan, moeten nog een stuk ouder zijn dan Deep Blue. Ik heb een replica van de Sinclair ZX Spectrum cadeau gekregen. Voor deze oeroude homecomputer verscheen in 1982 het schaakspel
"Masterchess". Ik wil weten of ik deze schaaksoftware kan verslaan.

De testopstelling

Voor dit artikel speel ik "Masterchess" op de Spectrum-emulator Fuse. Op "The Spectrum" zou het ook kunnen, maar in de emulator is het eenvoudiger – bijvoorbeeld als ik screenshots wil maken.

Natuurlijk moet ik het spel uit 1982 zonder muis bedienen. Voor een zet typ ik twee veldnamen in, wat even wennen is. Een zet ongedaan maken als ik me heb vertypt? Droom verder! Als ik per ongeluk op X druk, is het spel meteen afgelopen. Tja, zo was het vroeger nu eenmaal.

Mijn eigen speelsterkte schat ik op ongeveer 1400 Elo. Waarbij dat natuurlijk van spel tot spel varieert. Ik maak, zoals elke hobbyspeler, af en toe domme fouten. Bovendien ken ik de meeste openingen niet uit mijn hoofd, maar ik ken wel de basisprincipes van de beginfase.

Het spel biedt tien moeilijkheidsgraden (niveau 0–9). Ik begin bij de eenvoudigste en werk me dan omhoog.

Niveau 0: Nomen est omen

Op het lichtste niveau speel ik vijf of zes partijen, zowel met wit als met zwart. Ik win altijd, vaak al na minder dan 25 zetten. Slechts één keer duurt het lang – na 61 zetten zet ik met zwart mat.

Spelen op dit niveau vind ik leuk. De software voert geen overduidelijk stomme zetten uit à la "ik zet mijn toren op een veld waar hij gemakkelijk geslagen kan worden". Ze laat zich echter relatief gemakkelijk foppen als ik twee tot drie zetten vooruit plan. Ze herkent ook geen matdreigingen als ze meer dan één zet verwijderd zijn.

Dat was eenvoudig.
Dat was eenvoudig.

Niveau 1: Ik verlies voor het eerst

Met wit win ik in 31 zetten. Zo kan het verdergaan, denk ik. Maar dat doet het niet – bij de revanche met zwart krijg ik al voor het eerst klop. Na twee domme fouten van mijn kant in de 21e en 24e zet is het spel gespeeld. Het duurt desondanks langdradige 59 zetten, omdat de tegenstander in het eindspel allesbehalve doelgericht het mat zoekt.

Masterchess speelt met mij als een kat met een halfdode muis.
Masterchess speelt met mij als een kat met een halfdode muis.

Niveau 2: Met geluk een gelijkspel

Met wit speel ik vanaf het begin slecht, het lukt me nooit om een redelijk fatsoenlijke stelling op te bouwen. De computer bereikt een enorme materiële voorsprong en zou eigenlijk moeten winnen. Maar dan ontwijkt hij mijn eeuwig schaak steeds op dezelfde manier. Na de derde herhaling van exact dezelfde stelling is het gelijkspel. De software kent deze regel blijkbaar niet en speelt vrolijk verder. Ik breek af en beschouw dit als remise. Niet mijn probleem als de computer de regels niet kent.

We herhalen onszelf.
We herhalen onszelf.

Met zwart speel ik beter. Het is een evenwichtige partij met lichte voordelen voor de computer. Ik heb tussendoor een lichte figuur meer, hij heeft daarvoor drie pionnen meer. Uiteindelijk hangt alles ervan af of ik erin slaag mijn pion één veld voor de basislijn te promoveren. Het lukt me niet. Nederlaag na 49 zetten.

De pion vlak voor de promotie gaf nog een beetje hoop.
De pion vlak voor de promotie gaf nog een beetje hoop.

Niveau 3: geen kans

Ik ben niet meer gemotiveerd. Zelfs op niveau 2 had ik eigenlijk nauwelijks nog een kans. Wat moet dit nu nog?

Op niveau 3 denkt de computer nu aanzienlijk langer na, ongeveer een minuut per zet – en dus langer dan ik. Door een domme fout verlies ik in zet 29 mijn dame. Vanaf zet 35 is er geen hoop meer. Ik geef op, omdat ik geen zin heb om me weer eindeloos lang te laten kwellen.

De revanche sla ik over. Er is geen twijfel: het schaakprogramma is sterker dan ik. Ik geef me gewonnen.

Maar omdat ik wil weten hoe sterk "Masterchess" echt is, laat ik het tegen "Komodo" spelen. Dat is een sterk, modern schaakprogramma, waar ik via chess.com gratis en eenvoudig toegang toe heb.

Niveau 9: absurde bedenktijden

Ik spring direct naar de hoogste moeilijkheidsgraad. Daar is het programma absurd traag. De eerste twee zetten komen meteen, omdat ze afkomstig zijn uit een openingsdatabase. Vanaf de derde zet neemt Masterchess vier uur bedenktijd. Niet voor het hele spel. Maar per zet. De honderd-uren-grens wordt daarmee gemakkelijk door het programma doorbroken. Maar omdat de urenweergave op typische jaren 80-wijze slechts twee cijfers heeft, begint de tijdweergave weer bij nul.

Op een echte ZX Spectrum is het spel op het hoogste niveau onspeelbaar. Niemand wil zo lang op de tegenstander wachten. Vooral omdat de computer permanent moet draaien.

De emulator kan ik echter met tot wel 160-voudige snelheid laten draaien. Vier uur wordt daarmee 1,5 minuut. Dat is acceptabel. Echter, ik speel daarmee strikt genomen tegen de rekenkracht van een moderne machine. De vraag hoe goed een schaakcomputer uit 1982 is, kan met niveau 9 daarom niet correct worden beantwoord.

Ik laat "Masterchess" desondanks op dit niveau tegen "Komodo" spelen. Gewoon, omdat ik het kan.

Vreemd gedrag

In de vijfde zet gebeurt er iets vreemds: "Masterchess" zet de loper terug op de startpositie. Na vier uur bedenktijd. Dat is ongebruikelijk en waarschijnlijk slecht. In de beginfase gaat het erom de stukken zo snel mogelijk uit de ongunstige startpositie te bevrijden. Beter was de terugtrekking naar H5 geweest, om de dreiging tegen de dame in stand te houden.

Terug naar het startveld is zelden een goed idee.
Terug naar het startveld is zelden een goed idee.

Bij zet 13 gebeurt het weer: "Masterchess" zet de reeds ontwikkelde paard terug op de basislijn. Sorry, maar dat is gewoon dom. Dat vindt chess.com ook: de live-rating staat nu op +3.21 voor wit.

Wat moet dat?
Wat moet dat?

In zet 23 gebeurt er iets nog vreemders: zwart zet met de dame van G8 naar H4, maar op het veld wordt ze niet weergegeven. Ik weet nu niet of "Masterchess" de dame nog op het scherm heeft of haar simpelweg is vergeten.

De dame zet van D8 naar H4 – en lost dan gewoon op in het niets.
De dame zet van D8 naar H4 – en lost dan gewoon op in het niets.

Hoe dan ook, de situatie voor zwart was toch al hopeloos. Twee zetten later is het schaakmat. De analyse op chess.com bevestigt "Masterchess" in deze partij een speelsterkte van slechts 1050 Elo.

Het wordt illegaal

Plotseling heb ik weer hoop dat ik de software op niveau 9 toch kan verslaan. Ik verlies twee keer, zowel met wit als met zwart, maar houd me telkens netjes. In de derde poging kan ik in de 15e zet mijn dame niet meer bewegen; "Masterchess" beweert bij elke poging dat de zet illegaal is. Vermoedelijk is het programma weer een dame vergeten. Dit keer in mijn nadeel.

Zo kan ik natuurlijk niet spelen. Ik heb de indruk dat het schaakprogramma op niveau 9 zichzelf overvraagt. Vermoedelijk kan de extreem beperkte hardware zo'n diepe analyse helemaal niet volledig in het geheugen houden. De Spectrum ZX heeft slechts 48 KB werkgeheugen.

Niveau 7 tegen "Komodo" met 1600 Elo

Omdat het op de hoogste moeilijkheidsgraad duidelijk niet met de juiste dingen toegaat, laat ik "Masterchess" tot slot nog op niveau 7 tegen "Komodo" spelen. Op dit niveau neemt het programma 15 tot 30 minuten bedenktijd per zet. "Komodo" stel ik in op 1600 Elo.

Met zwart wint "Masterchess" volkomen probleemloos in 29 zetten. "Komodo" speelt in deze partij echter ook niet goed. De schaaksoftware varieert in haar sterkte, vermoedelijk om een menselijke tegenstander beter te simuleren. Na 27 zetten schrijft "Masterchess" op het scherm: "Mate in 2". Dat was het, ik kan het spel helemaal niet uitspelen. De software laat me niet zien hoe ze het mat maakt. Vreemd.

Mat in twee zetten klopt wel, maar ik zou het toch graag willen zien en uitspelen.
Mat in twee zetten klopt wel, maar ik zou het toch graag willen zien en uitspelen.

Met wit verliest "Masterchess" na 57 zetten. De partij verloopt vrij lang evenwichtig, dan maken beide partijen tamelijk grove fouten. "Komodo" stelt zich in het eindspel verbazingwekkend dom aan, maar wint uiteindelijk toch.

"Masterchess" lijkt op niveau 7 correct te functioneren. Veel sterker dan op niveau 2 is de AI echter niet.

Conclusie: voor goede hobbyspelers verslaanbaar

Tegen oude schaaksoftware spelen is een spannende uitdaging die ik je kan aanbevelen. Natuurlijk kun je ook tegen moderne bots spelen die opzettelijk een beetje dom spelen. Maar dat is niet hetzelfde als een schaakcomputer regulier verslaan.

Ik heb het niet gered: "Masterchess" uit 1982 is sterker dan ik. Clubspelers zouden echter in staat moeten zijn de software te verslaan. Ik schat de sterkte op ruwweg 1600 tot 1800 Elo.

"Masterchess" speelt nooit echt dom en is op het derde niveau van tien al behoorlijk sterk. Ik moet twee tot drie zetten vooruitdenken om een kans te maken. Op de hogere niveaus groeit de bedenktijd exponentieel en bereikt op het moeilijkste niveau absurde dimensies. De speelsterkte neemt echter niet in dezelfde mate toe. Juist op het moeilijkste niveau gebeuren er absurde dingen die erop wijzen dat de software gebrekkig is. Ze lijkt overvraagd door haar eigen analysediepte, maakt vreemde tactische fouten en vergeet zelfs een dame op het veld.

Samengevat: de oeroude software bereikt probleemloos een middelmatig niveau, maar komt er dan maar moeilijk bovenuit – ondanks absurd lange bedenktijden.

8 mensen vinden dit artikel leuk


User Avatar
User Avatar

Mijn belangstelling voor computers en schrijven leidde me relatief vroeg (2000) naar de technische journalistiek. Ik ben geïnteresseerd in hoe je technologie kunt gebruiken zonder gebruikt te worden. In mijn vrije tijd maak ik graag muziek waarbij ik mijn gemiddelde talent compenseer met een enorme passie. 


Achtergrond

Interessante feiten uit de wereld van producten, een kijkje achter de schermen van fabrikanten en portretten van interessante mensen.

Alles tonen

Deze artikelen kunnen je ook interesseren

Toon alle

1 commentaar

Avatar
later